De Kennemer Golf- en Country club
Een uitermate interessant gebied is het terrein van de huidige Kennemer Golfclub. Het clubgebouw van de Kennemer Golfclub werd in de eerste instantie leeggehaald en er bleven alleen wat noodzakelijke spullen staan, waaronder enkele waardevolle. Later in de oorlogsjaren werden ook deze waardevolle spullen weggehaald, behalve in die gedeelten die werden gebruikt door de kommandanten. Diverse hoge heren logeerden in het clubgebouw waaronder Oberleutnant Weijl, de Duitse commandant Klaus Breitner, Leutnant Schwalwa en Oberfeldwebel Noe Congladze. Onder de organisatie Todt werden op het golfterrein diverse bunkers gebouwd ten behoeve van de Wehrmacht en de Polen, Georgiers en Brits Indiers die in het duinterrein gelegerd waren. Het terrein leende zich uitstekend voor ontspanning en vermaak van de bezetter en hiervan werd volop gebruik gemaakt. In de periode augustus 1943 ontstond er een soort hoerenkast in het clubgebouw omdat ook vrouwen werden toegelaten ten gerieve van de hoge heren. Dit duurde echter niet lang omdat in oktober 1943 deze vrouwen weer verbannen werden uit het clubgebouw omdat er een nieuwe lichting soldaten kwam. De Duitse bezetter had een ideaal systeem om in een record-temp een aantal bunkers te bouwen door middel van standaarden. Hierdoor werd een hele serie bunkers gebouwd die allemaal van hetzelfde formaat waren zonder afwijkende modellen, uitzonderingen daargelaten. Dit hield dus in, dat de bunkers op het golfterrein dezelfde waren als bijvoorbeeld in IJmuiden en andere kustplaatsen.
Verder op deze pagina komt u een opsomming van groepen bunkers tegen en wordt in het kort omschreven waar deze bunkers zich ook nu nog bevinden. Het golfterrein was een uitgestrekt gebied en een ideale plaats om een grote hoeveelheid bunkers te bouwen. De bunkers waren naar Duitse normen goed gedocumenteerd en voorzien van enig comfort in de vorm van een salamanderkacheltje, die vooral dienden om in de koude wintermaanden de warmte te brengen die hard nodig was in de vochtige stenen ruimten.
Op luchtfoto’s van de geallieerden uit maart 1944 ontdekte men, dat er een tankgracht was gegraven, dwars door het golfterrein. De Mauer oftwel de tankmuur werd gebouwd in 1942/1943 als laatste verdedigingslinie op o.a. het golfterrein en is op diverse plekken vandaag de dag nog goed zichtbaar. De muur is 1 meter breed en 2 meter hoog met zware funderingen diep in het duinzand aangelegd. In 1966 werd er nog een stuk muur gesloopt ten behoeve van de bouw van een aantal flatgebouwen in de Keesomstraat.
Op het golfterrein bevond zich een kleine schietbaan voor handvuurwapens welke regelmatig gebruikt werd om ervaring te blijven opdoen met vuurwapens. Zoveel is er namelijk ook weer niet geschoten in Zandvoort in de 5 jaar bezetting. Deze schietbaan lag ter hoogte van de tankgracht op het golfterrein. Op 3 november 1943 was er een luchtgevecht boven Zandvoort en een groot aantal bommenwerpers, begeleidt door jagers, werden aangevallen door Duitse jachtvliegtuigen. Er volgende een heftige luchtstrijd en buiten lopen was een levensgevaarlijke onderneming voor de resterende bewoners van Zandvoort. Kogels en granaatscherven vlogen je om de oren en gedurende die dag kwamen er vijf Duitse jagers naar beneden. Op het voormalige hoofdveld van Zandvoortmeeuwen, waar nu park Duinwijck is gebouwd stortte een Duitse jager brandend neer en ook in de Haarlemmerstraat kwam er eentje hardhandig in aanraking met de grond. Een derde jager viel neer op het terrein van de golfbanen, een vierde stort neer in de Zuidelijke duinen en een vijfde nam een onvrijwillige duik in de Noordzee. De Duitse vliegtuigwrakken werden zeer snel weggehaald en het is heel goed mogelijk dat in de haast niet altijd nauwkeurig is gekeken of ook alle explosieven waren opgeruimd.
Er is een bevestigd bericht dat op 8 september 1944 een poging is gedaan om het clubgebouw van de golfclub te bombarderen. Dit mislukte echter want de bommen vielen neer in de waterleidingduinen en dit is het enige bericht van een doelgerichte aanval op de golfclub.
Na de bevrijding was van het mooie golfterrein niet veel meer over. Het was een grote kale zandvlakte geworden met in totaal 121 bunkers en een tankmuur. In de groep bunkers 4 en 5 waren het merendeel woonschuilplaatsen type 667 en tientallen Tobruk-opstellingen van het type 58C. Er waren ook enkele opslagbunkers voor wapens. Deze waren herkenbaar aan de grote, metersdikke muren. Hiervan is er nog maar eentje zichtbaar op het golfterrein, tegenover de tennisbaan. Er bevond zich ook een grote bunker die de bijnaam ‘Paardebunker’ had, maar het is nog steeds de vraag of deze bunker gebouwd werd met het doel om paarden te herbergen. In de officiëele documenten wordt nergens gesproken over een bunker die paarden herbergde of moest bergen. Het meest waarschijnlijke is dat een grote bunker die niet in gebruik was, provisorisch was ingericht als stal door de Brits Indiers die toch allemaal op paarden reden. Officieel bestond deze bunker niet in tegenstelling tot het bunkerpark in de Kostverloren waar wel paardebunkers stonden. Badinrichtingen waren er wel, deze stonden her en der verspreidt op het terrein. Waterreservoirs werden goed bewaakt en stonden op een centraal punt.
In oktober 1946 is door de gemeente Zandvoort een brief gestuurd aan het Commissariaat voor Oorlogsschaden in Den Haag. De terreinen van de Kennemer Golf -en Country club zijn door de Duitsers ernstig beschadigd en onbruikbaar geworden. De totale schade wordt geraamd op Fl.300.000,- en de uitkering die ontvangen gaat worden van het Oorlogsschaden Commissariaat gaat slechts Fl.66.000,- bedragen. Een groot deel van de kosten zit hem in het aanleggen van een voor de golfsport bruikbare grasmat op het duinterrein. Wat is het geval, een kubieke meter aarde kost in 1946 inmiddels Fl.7,50, voor het uitbreken van de oorlog kostte een kubieke meter aarde Fl.1,50 en er moeten heel wat kubieke meters gestort worden om van de kale zandvlakte, die meer weg had van een woestijn, weer een groene grasmat te maken. Volgens de gemeente is met het herstel van de golfbaan een groot algemeen en gemeentelijk belang gemoeid. omdat de golfclub een sportcentrum is die vroeger veel buitenlandse bezoekers trok. Het was een belangrijke factor van vreemdelingenverkeer en een spoedig herstel van de zo zwaar getroffen gemeente zou bevorderd worden indien de terreinen weer spoedig in gebruik zouden worden genomen. Voor het rijk zou daardoor tevens een bron van deviezen ontstaan en het verzoek werd dan ook gedaan om een schadevergoeding voor de Kennemer Golf- en Countryclub te regelen, dat het bestuur van de golfclub in staat is het herstel van de terreinen ‘spoedig ter hand te nemen’.
Er is alleen een klein probleempje; er staan inmiddels een dikke 100 bunkers op het terrein van de golfclub en er loopt een anti-tankmuur, de Atlantikwall, dwars over het terrein. En dat geeft toch enkele problemen.
In een brief van 5 september 1947 van het Hoofd van het Bureau Registratie van Verdedigingswerken, de Generaal Majoor-tit. der Genie b.d. dhr. C.W. van Dooden wordt in een stuk van 3 getypete velletjes min of meer toestemming gevraagd cq medegedeeld aan de Chef van de Generale Staf van de Julianakazerne, Clingendaal in Den Haag een aantal zeer interessante wetenswaardigheden. Het stuk gaat vergezeld van een verzoek van de Hoofdingenieur-Directeur van de Provinciale Waterstaat, om vrijgave van in totaal 142 bunkers op het terrein van de golfclub en het terrein van het Maatschap Zandvoorts Duin. Er was inmiddels al begonnen met het opruimen cq het onder de grond brengen van een aantal werken omdat Majoor v/d Kloet uitlatingen had gedaan dat er voor het opruimen van onderwerpelijke werkjes geen vergunning nodig was en dat hij alleen interesse had voor de grotere werken. Tevens wordt gesteld door het Hoofd van het bureau Registratie van Verdedigingswerken dat de onderwerpelijke werken over het algemeen voor de landsverdediging van weinig belang zijn. De bunkers zijn verdeeld in 5 groepen; groep I, II en III zijn groepen die gelegen zijn op het terrein van het Maatschap Zandvoorts Duin en de groepen IV en V liggen op het terrein van de Kennemer Golfclub. Verder was het verzoek om een gedeelte van de anti-tankmuur vrij te geven voor opruiming, de muur loopt dwars over de genoemde terreinen.
GROEP I
Deze groep bevat de werken 1 t/m 7 en deze bevindt zich tegenover het voetbalterrein van T.Z.B. waar nu de villa’s staan. Hier begint tevens een interessante gedeelte, het blijkt dus dat ALLE bunkers in en om Zandvoort in kaart zijn gebracht n.a.v. een inspectie en zijn ingetekend op een kaartschets, schaal 1 : 25.000.
Werk 1 is een gewapend betonnen telefoonpost, welke niet is afgebroken maar onder de grond is gebracht. Er wordt aanbevolen dit gebouw ongerept te laten totdat is vastgesteld welke betekenis het gebouw heeft voor de telefoonverbindingen in het kustgebied en het is wenselijk het gebouw niet vrij te geven. Na telefonisch contact met een ingenieur die de opruiming begeleidde, werd toegezegd dat het gebouw niet onder de grond zou worden gebracht maar hierop moest worden teruggekomen. De telefoonpost was inmiddels onder de grond verdwenen en waarschijnlijk was er een mooi duin ontstaan.
De werken 2,3,4,5 en 6 zijn klein gemetselde gebouwen, voornamelijk bergplaatsen en werk nr.7 is een gemetselde woonschuilplaats met een gewapend betonnen dekplaat. De gebouwen zijn gedeeltelijk gesloopt en onder de grond gebracht.
GROEP II
Deze groep omvat de werken 8 t/m 12 en bevindt zich waar nu de Keesomstraat is. De werken 8, 11 en 12 zijn kleine gemetselde gebouwen met een betonnen dekplaat en de werken 9 en 10 zijn gemetselde bergplaatsjes en zijn allen gedeeltelijk gesloopt en onder de grond gebracht.
GROEP III
Deze groep omvat de werken 13 t/m 30 en bevindt zich op het terrein rondom het dierenasiel. Werk 13 is een gewapend betonnen kazemat, aangebouwd aan de tankmuur en bestemd voor flankement van diezelfde muur. De kazemat is dichtgemetseld en onder de grond gebracht. Werk 14 en 15 zijn Tobroekopstellingen van gewapend beton, welke zijn volgestort met grond en onder de grond zijn gebracht.
De werken 16, 17, 20, 22, 24, 25, 27 en 28 zijn gemetselde gebouwen met een dak van gewapend beton met verschillende bestemmingen zoals woonschuilplaatsen en de werken 18, 19, 21, 23 en 26 zijn gemetselde bergplaatsen waarvan sommigen reeds in puin lagen en gedeeltelijk zijn gesloopt en onder de grond zijn gebracht. De werken 28a (men vond blijkbaar toch nog een bunkers extra), 29 en 30 zijn Tobroekopstellingen van gewapend beton, welke zijn volgestort met grond en onder de grond zijn gebracht.
GROEP IV
Deze groep omvat de werken 31 t/m 130 en bevindt zich tegenover de tennisbanen aan de weg naar de golfclub en is tevens de grootste groep. De werken (hou je vast!) 31,32,33,34,35,36,37,38,39,40,42,44,45,46,47,49,50,52,53,54,56,57,58,59,60,62,63,64,65,66,
68,69,70,71,72,73,74,76,77,78,79,80,81,82,84,85,86,87,88,89,90,92,93,94,96,97,99,100,101,
102,103,104,105,106,107,108,110,111,112,113,114,115,116,118,119,120,122,123,125,126,
128,129 en 130 zijn allen gebouwen zoals woonschuilplaatsen, privaatgebouwen, badinichting, keuken en bergplaatsen van metselwerk waarvan het meerendeel is uitgerust met een betonnen dekplaat. Voorgesteld werd om -hoe vaag en ik citeer:- ‘welke gebouwen alle gedeeltelijk in meer of mindere mate zullen worden gesloopt en overigens onder de grond gebracht’.
De werken 41,43,48,51,55,61,67,75,83,91,95,98,104,109,117 en 124 zijn dunwandige onderkomens van gewapend beton voor waterreservoirs welke geheel opgeruimd zouden zijn.
Werk 121 is een Tobroekopstelling van gewapend beton, welke is opgevuld met zand en vervolgens onder de grond is gebracht. Werk 127 is een woonschuilplaats welke behouden zal blijven.
GROEP V
De groep omvat de werken 131 t/m 142 en liggen in Noordelijke richting van het golfclubgebouw. De werken 131,132,134,135,137,138,139,140,141 en 142 zijn gemetselde en grotendeels van een gewapend betonnen dekplaat voorziene gebouwen zoals woonschuilplaatsen, privaatgebouwen en bergplaatsen. Ze zouden zijn gesloopt en/of onder de grond worden gebracht.
Werk 133 en 136 zijn een woonschuilplaats en een pompgebouwtje, welke behouden zouden zijn.
Er wordt verder opgemerkt dat aan groep IV op zeer beperkte schaal werk is verricht en aan groep V helemaal niet vanwege een financiëele overweging.