
IJmuiden.
De aanval met 600 ton bommen ep den haven had goed succes. Alle bommen kwamen in het doelgebied terecht. Dit stadsdeel is geëvacueerd; het aantal Nederlandsche dooden wordt op 7 a 12 geschat, dat der gedoode Duitschers op 7 a 800. De Schnellboothaven is beschadigd: 8 Schnellboote zonken. Vele bunkers zijn getroffen en stuk. Beide koelhuizen (de varkens lagen over de straten:) evenals de machinefabriek Uera zijn getroffen en de vischhallen. De opslag van torpedo's en mijnen, dieper onder zit, hield het uit. Het fort is vermoedelijk zwaar beschadigd. Een deel der U-bootbases hield het niet uit; een 12tal onderzeeërs zijn gezonken of zwaar beschadigd. Elders drongen de bommen echter niet door de dikke lagen beton heen. Alle ooggetuigen zijn er vol van, hoe de Duitsche soldaten volkomen in de war waren; zij liepen gillend en huilend v/eg, sommige in hun onderkleeding en zonder schoenen.

U-Boot Typ XXVII B5
SEEHUND
Besatzung:
2 Mann
(Kornmandant und Leitender Ingenieur)
Abmessungen:
Länge über alles: 11,87 m
Breite: 1,84 m
Tiefgang: 1,85 m
Unterwasserverdrängung mit Torpedos: 16,98m3
Konstr. Tauchtiefe: 30 m
Antrieb:
Büssing-NAG LD 6 Dieselmotor, 60 PS
E-Maschine: AW 77-Nebenschlussmotor, 25 PS E-Kapazität 1600 Ah max.
Fahrleistungen:
Dieselmotor ca. 270 sm bei 7.7 Knoten
E-Maschine
ca. 15 sm bei 6 Knoten/
60 sm bei 2,2 Knoten
Bewaffnung:
2 elektrische Torpedos T III c,
Laufstrecke 4000 m bei 18,5 Knoten
De Seehund ziet er uit als een U-boot, maar dan in het klein: 11,86 meter lang en 1,68 meter breed. Door de geringe omvang was hij goed bestand tegen hoge druk en, wat misschien nog wel belangrijker was, tegen geallieerde dieptebommen. Drie ruimten telt het bootje: machinekamer, centrale ruimte en accuruimte. De dwergonderzeëer was ontworpen en ingericht voor inzetten van maximaal 48 uur. In praktijk moesten de bemanningsleden, een Kommandant en een Leitend Ingenieur, regelmatig langer dan vier dagen in het bootje doorbrengen. De Kommandant deed de navigatie en voerde de gevechten uit. De Leitend Ingenier was verantwoordelijk voor alles wat de boot aan het varen hield. Onder water was er voor 45 minuten zuurstof in de boot aanwezig, bij hard werken nog minder. Daarna moest hij naar de oppervlakte of als dat te gevaarlijk was dan moest de bemanning haar toevlucht nemen tot een van de vijfentwintig ademkalkpatronen die de stikstof in de lucht bindt.
Om wakker te blijven slikten ze peppillen en aten ze chocolade met cafeïne. Een wc was niet aan boord. Plassen ging in lege blikjes met daarin een beetje motorolie om de ergste stank weg te nemen. Poepen moest in lege eetdozen. De bewapening bestond uit twee zware torpedo’s van 1300 kilo, met elk 280 kilo springstof, die in een rails aan weerzijden van de boot hingen. Deze werden niet afgevuurd maar losgelaten, waarna ze op eigen motorkracht hun doel bereikten. Om enige kans op een treffer te maken moest de torpedo op minder dan 600 meter van het doel gelanceerd worden. Richten werd gedaan door het bootje in de richting van het vijandelijke doel te draaien.
DE BUNKER

ZIJ KANT

INGANG MET METERSDIKKE MUREN

LUCHTFOTO IJMUIDEN HAVEN LINKS DE DUIKBOOT

DOOR DE MUREN WERD EEN GANG GEGEMAAKT

UITGANG

MET SPRINGSTOF WERD EEN DEUR GEMAAKT

BINNENZIJDE

PLAFOND

IN DE BUNKER



BOVENSTAANDE FOTO BOM INSLAGEN





MET DANK AAN ZANDVOORTSEBUNKERPLOEG
DRUKSCHOTTEN TEGEN BOMMEN

DRUKSCHOTTEN TEGEN BOMMEN


